Algemeen wordt aangenomen dat de basis van de centrale Stedelijke Bibliotheek gelegd werd door Prudens Van Duyse. Ter gelegenheid van de feestelijkheden rond het vijftigjarig bestaan van de Rechtbank van Eerste Aanleg en de Academie voor Schone Kunsten drong hij er op aan om een openbare boekenzaal te openen in het Stadhuis.
De bibliotheek bleef daar gevestigd tot aan de vernietiging tijdens WO I. Het was een soort leeszaal in de ware zin van het woord, oorspronkelijk niet gericht op het uitlenen van boeken en met een selectieve verzameling die vooral op een intellectueel publiek was gericht. Al snel kampte deze boekenzaal met plaatsgebrek.
Tegen het einde van de 19e eeuw waren er heel wat parochiale bibliotheken met daarnaast bibliotheken van het Willemsfonds (binnen de liberale zuil) en van het Davidsfonds (binnen de katholieke zuil). Begin van de 20e eeuw kwamen daar voor de socialistische zuil de bibliotheken van de volkshuizen bij.
Kort voor WO I bestonden er in Dendermonde niet minder dan zes openbare bibliotheken: de volksbibliotheken van het Davidsfonds, het Willemsfonds, de Nederduytsche Bond, het Van Duyses Genootschap, de bibliotheek van het genootschap Sint-Vincentius-a-Paulo (met onder meer bibliotheek Lodewijk Dosfel) en de stedelijke bibliotheek.
Qua ontleningen moest de stedelijke bibliotheek het onderspit delven tegenover de andere. Daarnaast waren er ook nog talloze zogenaamde leesgenootschappen.
Er was tussen de bibliotheken soms een uitgesproken rivaliteit en zo betichtte de katholieke strekking de bibliotheken van de socialistische bond als zedeloos en ongodsdienstig.
Hoewel in eerste instantie het Stadhuis en dus ook de bibliotheek na de intocht van de Duitsers op 4 en 5 augustus 1914 gespaard was gebleven, ging het geheel een week later toch in de vlammen op.
Na WO I werd een nieuwe bibliotheek opgericht in het Vleeshuis. Door plaatsgebrek en onaangepaste infrastructuur verhuisde de stedelijke bibliotheek nadien ettelijke keren.
Na WO II deden de bibliotheken het nog vrij goed, maar na het midden van de jaren '50 ging het in dalende lijn. Als boosdoener werd er gewezen in de richting van de opkomende tv.
Met het bibliotheekdecreet van 1978 werd de werking verder geprofessionaliseerd door een verhoging van budgetten en een groeiend personeelsbestand. De overblijvende vrije bibliotheken werden overgenomen door de stedelijke bibliotheek.
Vanaf 1980 was de centrale bibliotheek gevestigd in de Amelinckx blok aan de Geldroplaan (gebouw Krijgshof II). Toen brak de populariteit van de openbare bibliotheek terug door bij het grote publiek.
Ondanks herhaalde uitbreidingen was er in het gebouw aan de Geldroplaan continu plaatsgebrek. Men kon niet anders dan boeken boven op de rekken te plaatsen maar ook op te bergen in bananendozen die voor die rekken stonden. Voorwaar geen comfortabele situatie.
Op 1 september 2010 opende de nieuwe centrale stedelijke bibliotheek in de Kerkstraat de deuren. In 2014 werden de deelfilialen en uitleenposten in de deelgemeenten gesloten. Het contrast met de vroegere kon niet groter zijn. Plots was er een zee van ruimte.
De medewerkers werden floorwalkers die zich tussen de bezoekers begaven en hen wegwijs dienden te maken. Er kwam ook ruimte voor een echte belevingsbibliotheek waar receptief kon worden gewerkt en waar eigen activiteiten konden worden georganiseerd.
De nieuwe bibliotheek viel veelvuldig in de prijzen en volgens het boek 'Masterpieces: Library Architecture & Design' van Manuela Roth behoort het tot de 69 mooiste en meest innovatieve bibliotheken ter wereld!
Opmerkelijk! In de tuin langs de bibliotheek werden sokkels geplaatst, ontworpen door het KASK. Om de twee jaar krijgt aanstormend talent van de ateliers beeldhouwen en keramiek de gelegenheid hier hun nieuwste creaties in de publieke ruimte op te stellen.