Op zondag 17 september 1950 werd het standbeeld van kunstschilder Franz Courtens ingehuldigd in aanwezigheid van Koningin Elisabeth. Dit was zeven jaar na zijn overlijden op achtentachtig jarige leeftijd.
Het was een feestjaar voor de stad, want enkele weken eerder werden ook de twee nieuwe bruggen over de Schelde en de Dender in gebruik genomen. Voor het beeld was een plaats voorzien vlakbij deze bruggen. Zo kon bronzen Franz, met pijp in de linkerhand en penseel in de rechter, met een verre blik het scheepsverkeer aan de monding volgen.
Zijn ouderlijk huis lag aan de Dender en zijn vader verdiende de kost met scheepsvervoer van Dendermonde naar Antwerpen. Boten kijken had hij heel zijn jeugd gedaan. Maar Franz wou boten tekenen, het scheepsvervoer interesseerde hem niet.
Tegen de zin van zijn vader schreef hij zich op 15-jarige leeftijd in aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) in Dendermonde. Een wereld ging open, maar de verstandhouding met zijn vader bereikte een dieptepunt. In 1875, op 21-jarige leeftijd, ontvluchtte Franz zijn ouderlijk huis in de toenmalige Scheldestraat en vestigde zich in Brussel, waar hij langzamerhand succes kreeg met zijn levendige, kleurrijke doeken.
Vanaf toen speelde zijn leven zich afwisselend af in Brussel, Zeeuws-Vlaanderen en Haarlem. Hij trok de natuur in, schetste en schilderde, ving het licht, de lucht en de wolken met krachtig, expressief penseelwerk. De stijl van Courtens werd omschreven als realistisch impressionisme.
Ga zeker eens een kijkje nemen in het Stadhuis van Dendermonde, daar kan je werken van hem en zijn zielsgenoten bewonderen.
Courtens schopte het ver: koning Albert I verleende hem in 1922 de titel van baron en het Paleis voor Schone Kunsten organiseerde in 1932, nog tijdens zijn leven, een overzichtstentoonstelling.
Hij was een graag geziene gast in de tuinen en het paleis van Laken, als schilder en ook als vriend. Dendermonde huldigde hem nog eerder: al in 1907, hij was dan 54 jaar, werd de Scheldestraat omgedoopt tot de Franz Courtensstraat.
Het is echter nog enkele jaren wachten vooraleer zijn standbeeld in zijn straat te vinden is. Toen men in de jaren zestig de Noordlaan heraanlegde, moest Franz zijn sokkel aan de Dendermonding verlaten. In de Franz Courtensstraat kon hij niet terecht, want daar stond toen nog Prudens Van Duyse! Een betere plaats dan de stadsmagazijnen vond men niet voor het beeld.
In 1984 besloot een serviceclub dat het in de stadsmagazijnen te donker was voor de grote kunstenaar van de open lucht en men bracht hem naar de Geldroplaan. Ook daar was hij niet lang welkom. Opnieuw haalden infrastructuurwerken het van de kunst en verhuisde het beeld naar de stadsmagazijnen!
Tot men eindelijk in 1994 besloot dat de twee grote Dendermondenaren elk beter dicht bij hun eigen geboortehuis zouden staan. Van Duyse verhuisde naar de Vlasmarkt en Courtens naar zijn straat. Daardoor heeft Franz nu zicht op zijn geboortehuis, tevens het huis waar de grootouders van de beeldhouwer-ontwerper woonden.
Niemand minder dan Alfred Courtens, zoon van, maakte dit beeld. Op de achterzijde van het beeld, een beetje verscholen in de ruwe afwerking, schreef hij aan mijn duurbare vader.
Alfred was een talentvol beeldhouwer, jarenlang leraar aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Dendermonde en leraar van Jos De Decker, de beeldhouwer van de Dansende Kinderen, Koningin Astrid en Knaap met vis, allen in de onmiddellijke buurt.
De cirkel blijkt weer maar eens rond.