Vijf kunstige burgers startten in 1800 een tekenschool en vormden meteen het eerste lerarenkorps. Het waren een zilversmid, twee bouwmeesters, een kunstschilder en een kunstliefhebber. Er waren maar twee richtingen: tekenen en bouwkunde. De school was gevestigd op de eerste verdieping van het pand de Schouder (Grote Markt 18). Op de gelijkvloerse verdieping logeerden toen bedelaars.
Door de jaren heen werden lesinhoud en -methode voortdurend aangepast met een wisselende bezetting van het lerarenkorps. De tekenschool werd een academie en na 50 jaar werd het verheven tot een Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, kortweg KASK. Iedere avond was er les van maandag tot en met vrijdag. De lessen waren in principe gratis, met uitzondering van de zomermaanden, dan werd een kleine bijdrage voor de leerkrachten gevraagd.
De bloeiperiode van de KASK kwam er in 1865 met directeur Jacques Rosseels. Hij maakte een nieuw, rationeel doordacht programma en oogstte daarvoor nationaal en internationaal veel erkenning. Voor tal van beroepen was de KASK destijds een solide voorbereiding voor ambachten zoals timmerlui, marmerbewerkers, steenhouwers, meubelmakers en huisschilders.
De Dendermondse Academie voor Schone Kunsten kende een enorm succes; het aantal leerlingen ging in stijgende lijn. Daardoor werd in 1867 zelfs het stelsel van dagonderwijs ingevoerd.
Keer op keer werd de academie te klein en moest het verhuizen. Uiteindelijk kon ze in 1884 haar intrek nemen in een prachtige nieuwbouw in neoklassieke stijl.
Toen in september 1914 de Duitse troepen herhaaldelijk brand stichtten om de hele stad te verwoesten, bleef ook het mooie gebouw van de KASK niet gespaard.
Na WO I kreeg de academie het erg moeilijk. Het technisch onderwijs werd meer praktijkgericht en kreeg de bovenhand. Daar werden praktijkdiplomas uitgereikt, in tegenstelling tot de KASK dat zich meer toelegde op de vorming van kunstenaars en die getuigschriften afleverde.
De toestroom van leerlingen verminderde doordat ook in de omliggende gemeenten tekenscholen en academies werden opgericht. De redding, nl. een fusie tussen de KASK en technisch onderwijs, bleek helaas onhaalbaar.
Pas in 1927 kon de KASK haar intrek te nemen in een nieuw gebouw in de Dijkstraat met indrukwekkende gevel in art-decostijl en verwijzingen naar de Egyptische bouwstijl. De KASK is daar vandaag de dag nog altijd gevestigd.
Na WO II ging het aantal inschrijvingen bij de KASK angstwekkend omlaag met in de periode 1963-1965 slechts 54 leerlingen. Er heerste daar toen een streng ambachtelijke discipline.
Met directeur Jos De Decker kwam er vanaf 1970 een ommezwaai. Naast tekenen, schilderen en beeldhouwen werden voortaan ook grafiek, keramiek en fotografie aangeboden. Het tij begon langzaam maar zeker te keren. Vanaf 1993 werden ook wijkafdelingen opgericht.
In 1998 werd het gebouw uitgebreid met een nieuwe zijvleugel aan de kant van de Oude Vest.
Een opleiding aan de KASK van Dendermonde vormde vaak het startsein voor menig succesrijke kunstenaar. Baron Franz Courtens is hier een markant voorbeeld van.
Momenteel telt de KASK in totaal zon 650 leerlingen. Niet slecht voor een academie die in 1800 gestart is met amper 40 leerlingen.